
Je kan heerlijk ijs zelf maken zonder een
sorbetière of
ijsmachine te
gebruiken!
Het vanillestokje in de lengte doorsnijden, het
merg eruit schrapen, en
merg en stokjes samen met de melk aan de kook brengen.
De eierdooiers samen met de suiker kloppen tot een dik en romig
mengsel; blijven kloppen tot je een lint vormt (letterlijk vertaald van
... «forme le ruban »).
Dan geleidelijk de hete melk
bij het eiermengsel gieten, goed blijven
roeren. Nu deze kom op een zacht vuur zetten, met een houten lepel of
spatel blijven roeren tot je een soort crème krijgt; dit is het
moeilijkste aan het maken van ijs! Het mag niet koken, maar moet wel
dik worden.
De kom van het vuur nemen, de room erbij doen en mengen, door de zeef
gieten, en de kom laten afkoelen in een grotere kom of teil met
ijsblokjes. Als het goed afgekoeld is, in een geschikte doos in de
vriezer plaatsen.
Na een paar uur is het ijs half bevroren: dit hangt af van je
diepvries. Haal het ijs uit de vriezer, en klop het
stevig op met de kloppers van de mixer. Doe je dit te vroeg, dan krijg
je schilfer-ijs, wacht je te lang, dan krijg je het niet meer
opgeklopt.
Plaats de doos opnieuw in de vriezer voor minstens enkele
uren, tot je het ijs gebruikt. Voor wie een ijsmachine of sorbetière
heeft kan de laatste fase van de bereiding eenvoudiger, maar met enige
ervaring lukt het ook behoorlijk zonder.

Haal
het ijs ongeveer ½ uur voor het opdienen uit
de vriezer; schep in
coupes.
Kan puur natuur geserveerd, of met verse aardbeien, of een coulis van
vruchten, of chocoladesaus, of gekombineerd met een ander ijs of
sorbet, bijvoorbeeld frambozensorbet.
Bestaat er een klassieker dessert dan vanille-ijs? Maar proef dat er
een hemelsbreed verschil is tussen dit vanille-ijs en de
industriële
produkten met dezelfde naam. Ijs bewaart enkele dagen tot een
week in
de vriezer, daarna
gaat de
kwaliteit razendsnel achteruit.