
Doe room en suiker in een kookpot; snij het vanillestokje in de lengte
doormidden, schraap het « merg » eruit, en voeg merg en stokje bij de
room. Voeg de agar-agar toe en breng aan de kook, laat ongeveer 5
minuutjes zachtjes koken terwijl je blijft roeren. De pan van het vuur
nemen.
Een beetje laten afkoelen, en de vanillestokjes verwijderen.
In vormpjes gieten (gemakkelijkst zijn flexibele, het
is de bedoeling dat je ze er later mooi uitkrijgt) en eens ze voldoende
afgekoeld zijn in de frigo zetten voor minstens een uur of 4. Heb je
geen
geschikte vormpjes of vrees je dat je er niet in slaagt ze
mooi op een bord te storten? Gebruik dan je mooiste glazen, en dien op
in het glas.
Stort de panna cotta op een dessertbord (één of twee per persoon, naargelang de grootte van de vormpjes); maak een « saté » door 4 à 6 frambozen op een spaghetti te spietsen; mix de rest van de frambozen met 1 soeplepel suiker en versier het bord met de frambozencoulis en -saté.
Panna cotta is een traditioneel Italiaans dessert, letterlijk vertaald « gekookte room », dat met een caramel-of chocoladesaus of een fruitcoulis wordt opgediend. De combinatie met frambozen vind ik de mooiste en de lekkerste. Agar-agar is een vegetarisch vervangmiddel voor gelatine; het is gemaakt van zeewier en heeft een neutrale smaak.
Het idee van de frambozensaté heb ik van Fabio Marangon in Turnhout, http://www.cucinamarangon.com. Wanneer je verse frambozen, aardbeien, cassis of ander klein fruit hebt, kan je zelf ook een lekkere sorbet maken, mijn recept kan zonder ijsmachine.