
De vruchten
wassen en ontpitten, evt in 2 of 4 snijden, en laten
'trekken' in alcohol en vanillesuiker gedurende ongeveer 1 uur. Kies de
alcohol in functie van de vruchten, bijvoorbeeld voor een clafoutis van
peren, een lekkere «poire». Oven voorverwarmen op
200°.
Maak een deeg
door de bloem, suiker, zout, eieren en hete melk te mengen tot een
homogeen vloeibaar deeg.
Een taartvorm goed beboteren, en de bodem bedekken met de uitgelekt
vruchten; het sap meng je onder het deeg. Het deeg bovenop de vruchten
gieten.
In de voorverwarmde oven plaatsen en gedurende 35 à 45
minuten laten
bakken tot de bovenkant goudbruin ziet.
In de
taartvorm opdienen, lauw of koud.
Ik leerde clafoutis kennen van onze buurvrouw Jeanine; telkens wanneer
ze ons uitnodigde om guines, pruimen, vijgen,...te komen plukken
vertelde ze erbij dat je er een heerlijke clafoutis van kon maken. En
gelijk heeft ze.
De clafoutis aux guines of guignes is een
streekgerecht uit de Tarn; in juni vind je deze wilde krieken, die je
kan
vergelijken met noordkrieken, in alle oude hagen. Er bestaat wel een
tweestrijd over de kwestie of je de krieken wel dan niet ontpit; het
ene kamp vindt de pitten onontbeerlijk voor de authentieke smaak; het
andere kamp vindt dat die pitten aan tafel een knoeiboel geven. Een
poging tot compromis in de zin van 'de krieken ontpitten, en voor de
smaak een paar pitten toevoegen' werd door beide partijen op hoongelach
onthaald.
Tijdens de winter maak ik al eens een tarte tatin, met appelen. En natuurlijk, ter afwisseling ook al eens een chocoladetaart, eveneens een traditioneel recept uit Frankrijk.