Van de bastides rond Albi is Cordes-sur-Ciel de meest bekende. Het stadje ligt op een rots, en beheerst het ganse plateau. De omwallingen zijn goed bewaard gebleven, en de smalle straatjes laten geen autoverkeer toe. Er wonen dan ook niet zoveel mensen meer in de Cité: het is net een groot openluchtmuseum, met tal van winkeltjes, snack bars en al wat toerisme met zich meebrengt, maar het blijft kleinschalig en inspirerend.
Cordes is gesticht als bastide in 1222 door Raymond VII, graaf van Toulouse. Cordes was één van de toevluchtsoorden voor de katharen. Het was een formidabele vesting, op de top van een stevige heuvel, die potentiële belegeraars de adem afsneed wanneer ze die probeerden te bestormen. De kruisvaarders hebben de stad nooit kunnen innemen.
De Inquisitie, en later pest en godsdienstoorlogen hebben wel hun sporen nagelaten. Na de overwinning op de katharen was er een periode van economische welvaart. Uit die periode dateren de vele rijke gotische huizen. De stadsbestuurders van Cordes probeerden ten allen prijze te vermijden dat het protestantisme in hun stad voet zou vatten, en vervolgden daarom de protestanten. De Hugenoten wilden ook hun geloofsgenoten beschermen, en hebben zich meester gemaakt van de stad in 1568 en 1574. Dan kwamen de pestepidemies in de 17de eeuw, en de hongersnood van de 18de eeuw. De bevolking was gedecimeerd, de burgerij verarmd, industrie en handel waren onbetekenend geworden.
De hoofdstraat van de bastide is een opeenvolging van gotische gevels. De huizen werden alle gebouwd tussen 1260 en 1315, door burgers, rijk geworden door de vervaardiging van leder en laken. De huizen kregen hun naam door de gebeeldhouwde versieringen op de gevel:
Buiten deze 3 toppers, zijn er nog andere interessante gothische gevels in de Cité naast tal van andere architectonische kunstwerkjes. Cordes was ook een belangrijke halte op de pelgrimsroute naar Compostella; er zijn 2 kapellen overgebleven gewijd aan Sint-Jakob: die van het St-Jacobshospitaal, en één in de St-Michielskerk. De omwallingen (Cordes had maar liefst 3 muren) en de diverse poorten, de middeleeuwse straatjes zijn op zichzelf al een bezoek waard. En er zijn ook een paar kleine musea: het museum Yves Brayer, het suikermuseum (Musée de l’art du sucre, met werk van de banketbakkersschool Thuriès), het museum Charles Portal (geschiedenis van Cordes). Ook leuk om te bezoeken is de Jardin des Paradis, vooral voor kinderen.
Chambre d'hotes Artichaud ligt langs de route van de bastides albigeoises: het is een prima uitvalsbasis om de Cordes te bezoeken en de bastides albigeoises te verkennen. Die zijn allemaal de moeite waard, ook al omdat ze minder toeristisch zijn en hun authentieke karakter beter bewaard bleef. Het marktplein van Castelnau-de-Montmiral, met zijn wondermooie arcades, de kastelen van Bruniquel, de omwallingen en getuigen van burgerlijke bouwkunde in Puycelsi, allemaal zijn ze de moeite waard om bezocht te worden, met de auto, met de fiets, of te voet. Trek er gerust enkele dagen voor uit.
Artichaud is een ecologisch vakantieverblijf. Onze table d'hotes een aanrader om de heerlijke Gaillac wijn en uitgelezen streekgerechten te proeven. En voor wie graag wil wandelen en/of fietsen in Zuid-Frankrijk hebben we in ons aanbod zowel een wandelarrangement als een fietsarrangement.
Foto's en tekst: © Chambres et table d'hôtes Artichaud









